Hoe restaureer je een monument dat eigenlijk uit negen panden bestaat, eeuwen aan bouwgeschiedenis in zich draagt en tijdens de restauratie nieuwe geheimen prijsgeeft? De vernieuwing van het Westfries Museum in Hoorn is een complexe operatie. Tegelijkertijd moet het museum straks toegankelijker, duurzamer en klaar voor de toekomst zijn, zonder de historische sensatie te verliezen. Amanda Vollenweider, directeur van het museum en Boudewijn van Langen van TPAHG Architecten vertellen over de zoektocht naar het maken van de juiste keuzes achter de schermen.

Wie het Westfries Museum kent, kent ook de ervaring van het gebouw: kamers die in elkaar overlopen, onverwachte doorgangen, hoogteverschillen en een opeenvolging van historische ruimtes. Juist die ruimtelijke wirwar is onderdeel van de aantrekkingskracht. Maar achter die historische gelaagdheid schuilt ook een ingewikkelde bouwkundige werkelijkheid.

“Het zijn eigenlijk negen panden,” vertelt bouwhistoricus Boudewijn van Langen. Drie adressen, maar daarbinnen een veelvoud aan bouwperioden, bouwstijlen en constructieve ingrepen. De gebouwen zijn in de loop van de tijd steeds verder met elkaar verbonden geraakt. Daardoor zijn ook de problemen met de fundering complex. Verschillende bouwdelen hebben verschillende aanlegdieptes en reageren niet overal hetzelfde. Dat leidde in de loop der jaren tot spanningen en opvallende scheurpatronen. Van Langen is daarom al sinds 2009 bij de restauratie betrokken en vanaf 2011 werden metingen uitgevoerd om de bewegingen van het complex nauwkeurig in beeld te brengen.

Maar de aanleiding voor de huidige operatie was breder dan alleen de technische staat. Het museum wilde tegelijkertijd een grote stap zetten op het gebied van toegankelijkheid, veiligheid en publieksvoorzieningen. Een eerdere zoektocht naar een lift in het monumentale casco liet zien dat zo’n ingreep te veel impact zou hebben. Er moest dus een oplossing worden gevonden die het gebouw niet aantast, maar wel geschikt maakt voor het museum van vandaag.

Uitbreiding van het museum

In die zoektocht speelde nog iets anders een belangrijke rol: het museum kon het pand ernaast erbij verwerven. Dat gebouw was al lange tijd eigendom van de gemeente Hoorn. Het was ooit via een legaat aan de gemeente geschonken, met de bepaling dat er verschillende functies in konden worden ondergebracht, waaronder een museum. Lange tijd had het echter een andere gebruiker. Op de begane grond zaten de Rozenkruisers, die er hun ruimtes en tempel hadden. Op de verdieping bevond zich een huurwoning voor een beheerder.

Dat maakte de situatie ingewikkeld. De gebruikers waren verantwoordelijk voor een deel van het onderhoud, maar dat was in de loop der jaren onvoldoende gebeurd. Er waren lekkages en ook het interieur verkeerde op onderdelen in slechte staat. Van Langen werd betrokken bij het overleg tussen de gebruikers en de gemeente. “Toen heb ik een soort mediatorrol vervuld tussen Rozenkruisers en gemeente om er wel één totaalplan van te maken”, legt Van Langen uit.

In 2012 werd het pand al gerestaureerd, maar de gebruikers waren toen nog niet vertrokken. Daardoor kon het interieur en het funderingsherstel nog niet worden aangepakt. Er werden noodreparaties uitgevoerd als onderdeel van een langere aanpak. Toen duidelijk werd dat de gebruikers uiteindelijk zouden vertrekken, ontstond de mogelijkheid om het pand aan het museum toe te delen. Daarmee veranderde de betekenis van het gebouw. Het werd niet simpelweg een extra vierkante meter voor het museum, maar een belangrijk onderdeel van de nieuwe opzet. De educatiefunctie van het Westfries Museum, die jarenlang elders in Hoorn was gehuisvest, kon nu onderdeel worden van één integraal plan. En juist daar bleek opnieuw hoe weinig een restauratie van dit monument zich laat voorspellen.

Een gebouw met een eigen verhaal

Het nieuwe museumdeel blijkt ook een bijzonder historisch interieur te bevatten. Tijdens het ontmantelen werden stucplafonds aangetroffen waarvan het bestaan niet eerder bekend was. Ze bleken nog aanwezig en kunnen nu worden gerestaureerd. Dat verandert ook de toekomstige functie van het pand. De begane grond wordt deels een openbaar toegankelijk publieksgebied, met ruimte voor horeca en mogelijk lezingen. Zo ontstaat een hedendaagse publieksfunctie in een historisch interieur. Het is kenmerkend voor de manier waarop in het project met het gebouw wordt omgegaan. Niet alles wordt teruggebracht naar een verondersteld verleden. De vraag is steeds: wat vertelt het gebouw zelf en hoe kan dat verhaal onderdeel worden van de toekomst?

Dat betekent soms dat onderdelen tijdelijk volledig uit elkaar moeten worden gehaald. Vloerdelen, panelen, lambriseringen, kastenwanden en andere interieurelementen worden gedemonteerd, genummerd en opgeslagen om later weer op hun oorspronkelijke plek terug te keren. “Dat is bijna een apart project,” zegt Van Langen.

Die zorgvuldigheid heeft ook een praktisch doel. Het museum wil zo kort mogelijk gesloten zijn. Daarom werd al vroeg begonnen met het voorbereiden en ontmantelen van onderdelen, zodat het daadwerkelijke restauratieproces zo efficiënt mogelijk kon verlopen.

Niet terug naar vroeger

Tegelijkertijd is het doel nadrukkelijk niet om het Westfries Museum terug te brengen naar één historische toestand. Daarvoor is het complex te gelaagd. Door de eeuwen heen is er gebouwd, verbouwd, aangepast en uitgebreid.

“Die historische sensatie wil je behouden,” zegt museumdirecteur Amanda Vollenweider. Maar die ervaring moet straks samengaan met de eisen die bezoekers tegenwoordig aan een museum stellen. “Als we dit nu gaan doen, dan moeten we ook de huidige eisen van een museumbezoeker meenemen in deze verbouwplannen.”

Dat betekent onder meer betere toegankelijkheid. Vrijwel het hele vernieuwde museum wordt straks rolstoeltoegankelijk; alleen de kelder en zolder blijven daarvan uitgezonderd.

De oplossing daarvoor moest opnieuw uit de bestaande structuur van het complex komen. In plaats van ingrepen die grote gevolgen zouden hebben voor het monumentale casco, is gezocht naar plekken waar nieuwe voorzieningen logisch konden worden ingepast. Zo ontstaat achter de samengevoegde historische panden ook een meer eigentijdse toevoeging.

Het resultaat moet straks nauwelijks voelen als een museum dat historische waarden heeft moeten opofferen voor moderne voorzieningen. Juist de combinatie is het doel.

“Als we dit nu gaan doen, dan moeten we ook de huidige eisen van een museumbezoeker meenemen in deze verbouwplannen.”

– Amanda Vollenweider, directeur Westfries Museum

Een vondst die niemand had voorzien

Wie zo’n eeuwenoud gebouw openlegt, weet dat er verrassingen zullen komen. Tijdens de werkzaamheden werd de fundering van een van de oudste stenen huizen van Hoorn aangetroffen. De ontdekking was zo bijzonder dat werd besloten de fundering zichtbaar en toegankelijk te maken voor het publiek. De resten zijn in stukken uit de grond gehaald en worden, zodra de nieuwe keldervloer gereed is, één op één teruggeplaatst op de plek waar ze zijn gevonden.

Ook andere archeologische vondsten krijgen een plaats in de nieuwe vaste presentatie. Voor Vollenweider is dat een van de mooiste onverwachte opbrengsten van de restauratie: “We hebben eigenlijk een soort van nieuwe historische sensatie bijgekregen zonder dat we het wisten.”

Daarmee wordt de verbouwing zelf onderdeel van het verhaal van het museum. Wat tijdens de restauratie wordt ontdekt, vertelt iets over de geschiedenis van de plek én over de manier waarop die geschiedenis door de eeuwen heen is veranderd. Bouwhistorie en archeologie trekken daarbij samen op. Tijdens de ontmanteling wordt de bouwhistorie nauwkeurig vastgelegd. Archeologen en bouwhistorici wisselen voortdurend informatie uit. Nieuwe scans en vondsten kunnen elkaar aanvullen en helpen om historische onderdelen weer op de juiste plek te begrijpen.

Restaureren is ook onderhandelen

Een project met zoveel historische lagen, verschillende eigenaren, gebruikers en belangen vraagt niet alleen om technische kennis. Het vraagt ook om voortdurend overleg. Een deel van het complex is eigendom van de gemeente, andere delen vallen onder Stichting Monumentenbezit. Ook bouwhistorici, archeologen, architect, aannemer, museum en lokale erfgoedpartijen kijken ieder vanuit een eigen perspectief naar het gebouw.

Dat leidt soms tot stevige discussies. Over de waardering van een wand. Over de vraag welke historische laag behouden moet blijven. Over wat er mag veranderen om het gebouw toegankelijk en bruikbaar te maken.

Het plan is daarvoor meerdere malen aangepast. Ook de plaatselijke monumentencommissie heeft het plan herhaaldelijk besproken.
Dat kost tijd, maar volgens Van Langen is die uitwisseling juist noodzakelijk. “We hebben het echt heel goed aan de voorkant uitgekristalliseerd met elkaar, het hele team.”

Voor Vollenweider is die samenwerking essentieel: wat heeft het museum nodig, wat vraagt het gebouw en hoe breng je die twee bij elkaar? Niet door het ene belang ondergeschikt te maken aan het andere, maar door steeds opnieuw te zoeken naar een oplossing die beide recht doet.

Het gebouw als museumobject

Daarmee komt de kern van het project in beeld. Het Westfries Museum wordt niet alleen gerestaureerd om er straks weer een collectie in te kunnen tonen. De gebouwen zelf vertellen een verhaal.

“Het museumgebouw en de gebouwen op zich zijn eigenlijk een museumobject”, aldus Vollenweider. Dat maakt de opgave anders dan een gewone verbouwing. Iedere ingreep raakt niet alleen de functionaliteit van het museum, maar ook de historische betekenis van de plek. Tegelijkertijd kan juist een ingreep nieuwe kennis opleveren, zoals de archeologische vondsten en de onverwachte historische interieuronderdelen laten zien.

Het is die combinatie die volgens Vollenweider de restauratie bijzonder maakt. Niet alleen de technische ingewikkeldheid van de negen aaneengegroeide panden, maar de manier waarop die ingewikkeldheid wordt ingezet om een nieuw museum te maken zonder de historische ervaring kwijt te raken.

“De uitdaging zit in de complexiteit van de ooit organisch aaneengeschakelde gebouwen. We voegen daar de faciliteiten van een modern museum aan toe, terwijl we de historische gelaagdheid en beleving van het complex willen behouden.”

– bouwhistoricus Boudewijn de Langen, TPAHG Architecten

Dat is ook de reden waarom het project is genomineerd voor de Meesterrestauratie. De restauratie vraagt om voortdurend balanceren tussen behoud en verandering, tussen collectie en gebouw, tussen archeologie en presentatie, tussen historische waarden en hedendaags gebruik.

En misschien is dat wel de meest bijzondere uitkomst: het museum wordt vernieuwd, maar het gebouw blijft zichzelf onthullen.
Want wie straks door de vernieuwde ruimtes loopt, ziet niet alleen de collectie van het Westfries Museum. Ook de muren, vloeren, plafonds, funderingen en onverwachte ontdekkingen vertellen hun eigen verhaal.

 

De puzzel is nog niet klaar

De restauratie is inmiddels in een cruciale fase. Het zware restauratiewerk aan de gebouwen is volop bezig. Halverwege 2027 begint ook de inrichting. De volledige afronding staat gepland voor eind 2027 of de winter van 2027-2028. Het project wordt in vier fasen uitgevoerd. De eerste twee fasen omvatten onder meer de fundering en de restauratie van de panden aan de Roode Steen. Daarna volgen de kantoren aan de achterzijde en een tijdelijke tentoonstellingsruimte. De verschillende onderdelen kennen daardoor ook verschillende openingsmomenten.

 

Dat het museum straks weer opengaat, betekent niet dat alle sporen van de restauratie verdwenen zullen zijn. Integendeel. De ambitie is juist om zichtbaar te maken wat het gebouw door de eeuwen heen is geweest. Daarmee komt de kern van de restauratie terug bij het uitgangspunt waarmee Amanda Vollenweider en Boudewijn van Langen het gesprek begonnen: het gebouw zelf is onderdeel van het museumverhaal.

Het Westfries Museum is genomineerd voor de Meesterrestauratie 2027, de NMo-eretitel voor een restauratieproject waarin vakmanschap, samenwerking en de omgang met monumentale waarden centraal staan.

Meesterrestauratie 2027 Stadhuis Gouda

Stadhuis Gouda: restaureren met oog voor verleden én toekomst

Hoe restaureer je een van de belangrijkste monumenten van Gouda en maak je het tegelijkertijd klaar voor een nieuwe toekomst? Over die vraag spraken we met Anne-Marie Goudzwaard, projectleider, Huib Koudstaal en Andrea Dolfsma van Van Hoogevest Architecten en Arjen Witjes van Nico de Bont. Samen vertellen zij over de keuzes, dilemma’s en verrassingen die...Verder lezen→

Huis te Manpad: restaureren met oog voor historische lagen

Hoe bepaal je bij een restauratie wat je behoudt, wat je herstelt en wat je aanpast aan de eisen van deze tijd? Bij het hoofdgebouw van buitenplaats Huis te Manpad was de keuze voor één tijdlaag als uitgangspunt geen optie. Het huis is, in samenhang met het park, door de eeuwen heen steeds veranderd. Juist...Verder lezen→

Hoe Kasteel de Haar groen en gebouwd erfgoed samenbrengt.

Hoe Kasteel de Haar de werelden van groen en gebouwd erfgoed samenbrengt

Een restauratie van de kademuren rond de slotgracht van Kasteel de Haar lijkt op het eerste gezicht een bouwkundige opgave. Maar de muren grenzen aan historische tuinen, waterpartijen en beplanting. Werkzaamheden raken daarmee ook het groene erfgoed. Toch worden gebouwd en groen erfgoed nog niet vanzelfsprekend integraal benaderd. Bij Kasteel de Haar is die samenhang...Verder lezen→

Oud Herlaar: restauratie van een moederburcht

Hoe geef je een eeuwenoude plek een nieuwe toekomst, zonder haar karakter kwijt te raken? Bij de restauratie van boerderij Oud Herlaar in Sint-Michielsgestel werd die vraag niet beantwoord met een terugkeer naar het verleden, maar door zorgvuldig te luisteren naar wat de plek zelf te vertellen heeft. Die aanpak leverde een nominatie op voor...Verder lezen→

Vijf genomineerden voor de Meesterrestauratie 2027

Van een eeuwenoud stadhuis tot een vervallen langgevelboerderij: de vijf genomineerden voor de Meesterrestauratie 2027 laten zien hoe veelzijdig en vernieuwend vakmanschap in de monumentenzorg kan zijn. Welke restauratie zich Meesterrestauratie 2027 mag noemen, wordt op 12 oktober bekendgemaakt. De genomineerde projecten voor de titel Meesterrestauratie 2027 zijn (in willekeurige volgorde): 1. Stadhuis Gouda Het...Verder lezen→

Heilig Landstichting, Museumpark Orientalis sluit zich aan bij NMo

Met veel plezier verwelkomen we Museumpark Orientalis als nieuw lid van de Nationale Monumentenorganisatie.In het dorp Heilig Landstichting, vlak bij Nijmegen, ligt een bijzonder erfgoedensemble met een geschiedenis die teruggaat tot 1911. Hier ontstond de Heilig Landstichting, een initiatief van priester Arnold Suys, architect Jan Stuyt en kunstenaar Piet Gerrits. Het oorspronkelijke devotiepark groeide later...Verder lezen→

Vrijwilligers: het kloppende hart van de Rijnlandse Molenstichting

Molens zijn misschien wel het meest iconische erfgoed van Nederland. Maar zonder mensen staan ze stil. Bij de Rijnlandse Molenstichting draait alles om vrijwilligers – letterlijk. In gesprek met voorzitter Kees Wassenaar over het belang van die vrijwilligers, de uitdagingen bij het werven van nieuwe gezichten, en wat zij doen om mensen te binden.Molens draaien...Verder lezen→

Slot Loevestein sluit zich aan bij NMo!

Met grote vreugde maken we bekend dat het iconische Slot Loevestein zich heeft aangesloten bij onze vereniging. Gelegen op het punt waar Gelderland, Brabant en Zuid-Holland elkaar raken, draagt Slot Loevestein ruim 650 jaar aan Nederlandse geschiedenis met zich mee. Van middeleeuws kasteel en historische staatsgevangenis — beroemd door de spectaculaire ontsnapping van Hugo de...Verder lezen→

Jaarverslag 2025: Monumenten toekomstbestendig maken in een tijd van verandering

Hoe houd je monumenten toekomstbestendig in een tijd van klimaatverandering (met meer kans op brand of overstromingen), ruimtelijke transities, personeelstekorten en veranderende regelgeving? Dat zijn precies de vraagstukken waar de monumentensector in 2025 mee te maken kreeg. Voor ons als vereniging aanleiding om professionals, bestuurders en partners bij elkaar te brengen om ervaringen uit te...Verder lezen→

Nieuwe publicatie ‘Maak alles van waarde weerbaar’

Toen er vorige week brand uitbrak in de eeuwenoude Dormition-kathedraal in Kyiv, werd opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar erfgoed is in tijden van oorlog. Ondanks internationale afspraken die Werelderfgoed-locaties moeten beschermen, werd dit meer dan duizend jaar oude kloostercomplex onlangs zwaar beschadigd.Maar niet alleen oorlog, ook de gevolgen van klimaatverandering, cyberdreigingen en maatschappelijke veranderingen kunnen het...Verder lezen→