Hoe bepaal je bij een restauratie wat je behoudt, wat je herstelt en wat je aanpast aan de eisen van deze tijd? Bij het hoofdgebouw van buitenplaats Huis te Manpad was de keuze voor één tijdlaag als uitgangspunt geen optie. Het huis is, in samenhang met het park, door de eeuwen heen steeds veranderd. Juist die verschillende historische lagen vertellen het verhaal van het huis op de buitenplaats.

Al in 1635 ontstond het voorste deel van Huis te Manpad. Door grote verbouwingen in 1721 en 1767 kreeg het huis grotendeels zijn huidige vorm. Daarna brachten verschillende bewoners nieuwe veranderingen aan. De laatste grote ingrepen dateren uit de jaren vijftig van de twintigste eeuw.

Die gelaagdheid maakte de recente restauratie complex. “Je kunt dit huis eigenlijk niet terugbrengen naar één periode,” zegt architect Thomas Buijs van ATELIERFRONT architectuur en interieur. “Er zijn verschillende belangrijke bouwfasen en die hebben allemaal hun eigen betekenis. Die gelaagdheid is onderdeel van het verhaal van het Manpad.”

Ook ontwerper/bouwkundige Bart Jan Onderwaater van Onderwaater Architecten Ingenieurs benadrukt dat iedere periode iets aan het huis heeft toegevoegd. “Als je alles zou terugbrengen naar één moment, doe je dat verhaal eigenlijk tekort.”

Een grondige restauratie

Dat het huis moest worden aangepakt, stond vast. Het dak verkeerde in slechte staat en ook op andere plekken waren herstelwerkzaamheden nodig. Zo waren er problemen met vocht en houtrot en waren verschillende onderdelen van het interieur, waaronder de behangselschilderingen in de beroemde Andriessen-zaal, aan restauratie toe.

Voor uitvoerder Koen van der Eng van Nico de Bont was vooral de staat van het dak indrukwekkend. “Het was echt heel erg slecht. Op sommige plekken kon je de houtpulp zo uit een balk halen.”

De restauratie bood tegelijk de mogelijkheid om het huis klaar te maken voor de toekomst.

 

Verduurzamen met respect voor het monument

De verduurzaming vroeg om maatwerk. De vraag was hoe moderne techniek en comfort konden worden ingepast zonder de cultuurhistorische kwaliteiten van het huis aan te tasten.

Met onder meer thermografisch onderzoek werd eerst gekeken waar de grootste problemen in de gebouwschil zaten. Vervolgens werd per onderdeel gezocht naar zo onzichtbaar mogelijke oplossingen. Onder de dakpannen werd biobased isolatiemateriaal aangebracht en bij de kozijnen en ramen werd veel aandacht besteed aan kierdichting.

Standaardoplossingen waren daarbij niet geschikt. “Bijna geen enkel raam was hetzelfde,” vertelt Van der Eng. “Daarom hebben we de oplossingen per raam en per kozijn uitgewerkt.”

“Je kunt van zo’n oud gebouw geen nieuwbouwappartement maken. Je moet accepteren dat je in een monument anders met comfort omgaat.”

– Thomas Buijs, ATELIERFRONT architectuur en interieur

Ook verschillende typen beglazing werden getest voordat een keuze werd gemaakt. Het resultaat zit volgens de betrokkenen juist in veel van de details die bezoekers nauwelijks zien.

Het huis kreeg daarnaast een bodemwarmtepomp en zonnepanelen. Die zijn niet op het monumentale dak gelegd, maar ingepast in de moestuin, volgens het stramien van de achttiende-eeuwse moestuinbedden. Zo kon het huis van het gas worden gehaald zonder een belangrijke historische waarde aan te tasten.

De Andriessen-zaal als totaalkunstwerk

Een van de meest bijzondere onderdelen van de restauratie is de Andriessen-zaal. Kunstenaar Jurriaan Andriessen maakte in 1770 de grote behangselschilderingen op drie wanden. Samen met het uitzicht op het park verlenen ze aan de zaal de illusie van een geïdealiseerd landschap in de klassieke oudheid.

De restauratie richtte zich daarom niet alleen op de schilderingen, maar op de hele ruimte. “Deze zaal is eigenlijk een soort totaalkunstwerk,” vertelt Buijs. “Andriessen heeft de schilderingen ontworpen vanuit de architectuur van de zaal, de lichtval en de kleur van de betimmeringen.”

Naast deze zaal bleken ook veel andere vertrekken in het huis oorspronkelijk veel kleurrijker, zo bracht het uitgebreide kleur-historisch onderzoek naar voren. Een groot deel van het historische kleurenschema kon worden teruggebracht.

Het doel was daarbij niet om een fictieve ‘perfecte’ historische situatie te reconstrueren. Niet alles is bekend en sommige tijdlagen zijn juist interessant in combinatie met elkaar. Daarom is steeds gekeken welke historische elementen het meest waardevol zijn en hoe die binnen het geheel tot hun recht komen.

Ook de vloeren vertellen het verhaal
Een andere belangrijke keuze betrof de houten vloeren. Op veel plekken waren vloeren uit de 17e en de 18e eeuw in de loop der tijd aan het zicht onttrokken. Geïnspireerd door het bouwhistorisch onderzoek is er in verschillende vertrekken voor gekozen deze historische vloeren te herstellen en weer zichtbaar te maken.

“Dat was ook best een dappere keuze van de opdrachtgevers,” zegt Buijs. “We hebben ervoor gekozen om die vloeren weer een wezenlijk onderdeel van het huis te laten zijn.” De vloeren dragen niet alleen bij aan de sfeer, maar maken ook de bouwhistorie van het huis beter leesbaar.

Het geheel van huis en park versterkt

Huis te Manpad is meer dan het hoofdgebouw. Het huis vormt de kern van een historische buitenplaats waarin tuin, bos, zichtlijnen en architectuur nauw met elkaar verbonden zijn.

Ook die samenhang kreeg aandacht. Zo was het eiland waarop het huis staat in de loop der tijd steeds meer los komen te staan van de rest van het park. Samen met een tuinarchitect wordt daarom gewerkt aan het herstellen van de historische structuur.

 

“Je wilt dat de sequentie weer klopt,” legt Buijs uit. “Van tuin naar bos, en van de oprijlaan naar het huis en de zichtas daarachter.”

Vakmanschap door samenwerking

Een belangrijk kenmerk van de restauratie was de intensieve samenwerking tussen architecten, adviseurs, specialisten, restauratoren en uitvoerders. Zowel in de voorbereiding als op de bouwplaats werden regelmatig verschillende disciplines bij elkaar gebracht om oplossingen te bedenken en te beoordelen.

“We hebben heel veel rondes gelopen met elkaar,” vertelt Van der Eng. “Op de steiger, over schilderwerk, voegwerk, bakstenen en hout. We hebben eindeloos veel monsters gemaakt om samen tot de juiste conclusie te komen.”

Dat vraagt niet alleen kennis, maar ook vertrouwen. Tijdens een restauratie kom je immers voortdurend zaken tegen die vooraf niet waren voorzien.
Onderwaater ziet juist die gezamenlijke zoektocht als een belangrijke succesfactor. “Je kunt alleen zo diep gaan als je daar met elkaar de ruimte voor krijgt.”

Kennis voor andere monumenten

De restauratie van Huis te Manpad levert daarmee niet alleen een toekomstbestendige buitenplaats op, maar ook kennis die voor andere monumenten relevant kan zijn. De oplossingen voor de kozijnen en beglazing, het gebruik van biobased isolatiemateriaal en de manier waarop verschillende historische lagen zijn gewogen, bieden aanknopingspunten voor vergelijkbare opgaven. Daarnaast is op wetenschappelijk niveau onderzoek gedaan naar de werkwijze van de schilder Andriessen in relatie tot de zaal. Ook die kennis wordt gedeeld.

Na jaren van voorbereiding en uitvoering nadert de restauratie haar voltooiing. Voor de betrokkenen is vooral belangrijk dat het huis weer voor lange tijd behouden blijft.

“Het huis is echt een beetje gered,” zegt Buijs. “Zonder dat je het direct zag, was het langzaam een beetje aan het verdwijnen.”

 

Een geslaagde restauratie maakt zichzelf uiteindelijk zo weinig mogelijk zichtbaar. Het gaat erom dat de cultuurhistorische kwaliteiten weer tot hun recht komen, terwijl het gebouw ook klaar is voor de toekomst. Huis te Manpad is daarmee geen reconstructie van één moment uit het verleden, maar een monument waarin verschillende eeuwen opnieuw samenkomen.

De restauratie van Huis te Manpad is een samenwerking van opdrachtgevers Stichting Huis te Manpad, Joke van der Aar, en familie Witteveen, Onderwaater Architecten Ingenieurs, Bart Jan Onderwaater, ATELIERFRONT architectuur en interieur, Thomas Buijs, René Bosch van Drakestein, restauratiearchitect, Kunsthistorica Barbara Joustra en aannemer Nico de Bont, Koen van der Eng. En daarnaast adviseurs Paula van der Heiden, bouwhistorie, en Josefien Tegelaar, restauratie en kleuronderzoek.

 

Samen met Museum Prinsenhof in Delft, het Stadhuis in Gouda, het Westfries Museum en Oud Herlaar is de restauratie van Huis te Manpad genomineerd voor de eretitel Meesterestauratie 2027.

 

Hoe Kasteel de Haar groen en gebouwd erfgoed samenbrengt.

Hoe Kasteel de Haar de werelden van groen en gebouwd erfgoed samenbrengt

Een restauratie van de kademuren rond de slotgracht van Kasteel de Haar lijkt op het eerste gezicht een bouwkundige opgave. Maar de muren grenzen aan historische tuinen, waterpartijen en beplanting. Werkzaamheden raken daarmee ook het groene erfgoed. Toch worden gebouwd en groen erfgoed nog niet vanzelfsprekend integraal benaderd. Bij Kasteel de Haar is die samenhang...Verder lezen→

Restauratie Westfries Museum: een puzzel van tijdslagen

Hoe restaureer je een monument dat eigenlijk uit negen panden bestaat, eeuwen aan bouwgeschiedenis in zich draagt en tijdens de restauratie nieuwe geheimen prijsgeeft? De vernieuwing van het Westfries Museum in Hoorn is een complexe operatie. Tegelijkertijd moet het museum straks toegankelijker, duurzamer en klaar voor de toekomst zijn, zonder de historische sensatie te verliezen....Verder lezen→

Oud Herlaar: restauratie van een moederburcht

Hoe geef je een eeuwenoude plek een nieuwe toekomst, zonder haar karakter kwijt te raken? Bij de restauratie van boerderij Oud Herlaar in Sint-Michielsgestel werd die vraag niet beantwoord met een terugkeer naar het verleden, maar door zorgvuldig te luisteren naar wat de plek zelf te vertellen heeft. Die aanpak leverde een nominatie op voor...Verder lezen→

Vijf genomineerden voor de Meesterrestauratie 2027

Van een eeuwenoud stadhuis tot een vervallen langgevelboerderij: de vijf genomineerden voor de Meesterrestauratie 2027 laten zien hoe veelzijdig en vernieuwend vakmanschap in de monumentenzorg kan zijn. Welke restauratie zich Meesterrestauratie 2027 mag noemen, wordt op 12 oktober bekendgemaakt. De genomineerde projecten voor de titel Meesterrestauratie 2027 zijn (in willekeurige volgorde): 1. Stadhuis Gouda Het...Verder lezen→

Heilig Landstichting, Museumpark Orientalis sluit zich aan bij NMo

Met veel plezier verwelkomen we Museumpark Orientalis als nieuw lid van de Nationale Monumentenorganisatie.In het dorp Heilig Landstichting, vlak bij Nijmegen, ligt een bijzonder erfgoedensemble met een geschiedenis die teruggaat tot 1911. Hier ontstond de Heilig Landstichting, een initiatief van priester Arnold Suys, architect Jan Stuyt en kunstenaar Piet Gerrits. Het oorspronkelijke devotiepark groeide later...Verder lezen→

Vrijwilligers: het kloppende hart van de Rijnlandse Molenstichting

Molens zijn misschien wel het meest iconische erfgoed van Nederland. Maar zonder mensen staan ze stil. Bij de Rijnlandse Molenstichting draait alles om vrijwilligers – letterlijk. In gesprek met voorzitter Kees Wassenaar over het belang van die vrijwilligers, de uitdagingen bij het werven van nieuwe gezichten, en wat zij doen om mensen te binden.Molens draaien...Verder lezen→

Slot Loevestein sluit zich aan bij NMo!

Met grote vreugde maken we bekend dat het iconische Slot Loevestein zich heeft aangesloten bij onze vereniging. Gelegen op het punt waar Gelderland, Brabant en Zuid-Holland elkaar raken, draagt Slot Loevestein ruim 650 jaar aan Nederlandse geschiedenis met zich mee. Van middeleeuws kasteel en historische staatsgevangenis — beroemd door de spectaculaire ontsnapping van Hugo de...Verder lezen→

Jaarverslag 2025: Monumenten toekomstbestendig maken in een tijd van verandering

Hoe houd je monumenten toekomstbestendig in een tijd van klimaatverandering (met meer kans op brand of overstromingen), ruimtelijke transities, personeelstekorten en veranderende regelgeving? Dat zijn precies de vraagstukken waar de monumentensector in 2025 mee te maken kreeg. Voor ons als vereniging aanleiding om professionals, bestuurders en partners bij elkaar te brengen om ervaringen uit te...Verder lezen→

Nieuwe publicatie ‘Maak alles van waarde weerbaar’

Toen er vorige week brand uitbrak in de eeuwenoude Dormition-kathedraal in Kyiv, werd opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar erfgoed is in tijden van oorlog. Ondanks internationale afspraken die Werelderfgoed-locaties moeten beschermen, werd dit meer dan duizend jaar oude kloostercomplex onlangs zwaar beschadigd.Maar niet alleen oorlog, ook de gevolgen van klimaatverandering, cyberdreigingen en maatschappelijke veranderingen kunnen het...Verder lezen→

Erfgoedzorg in onzekere tijden

Het voortbestaan van ons erfgoed is nooit vanzelfsprekend. Toenemende dreigingen en veranderende prioriteiten dwingen ons om goed nadenken over wat we willen beschermen en vooral hoe. Een gesprek met Wilfred Alblas, directeur van stichting Het Limburgs Landschap, onderstreept deze urgentie. Terwijl de herinnering aan de wateroverlast van 2021 nog vers in het geheugen ligt, laten...Verder lezen→