Hoe restaureer je een van de belangrijkste monumenten van Gouda en maak je het tegelijkertijd klaar voor een nieuwe toekomst? Over die vraag spraken we met Anne-Marie Goudzwaard, projectleider, Huib Koudstaal en Andrea Dolfsma van Van Hoogevest Architecten en Arjen Witjes van Nico de Bont. Samen vertellen zij over de keuzes, dilemma’s en verrassingen die zij tijdens de restauratie van het stadhuis tegenkwamen.
Het stadhuis is volgens Goudzwaard niet zomaar een monument. “Het is het topmonument van Gouda. Alle wegen komen hier samen, dus het is echt het hart van het centrum van Gouda”, vertelt ze. Tegelijkertijd was het gebouw de afgelopen jaren steeds minder een plek van de Gouwenaar zelf. De gemeente wilde daar verandering in brengen: het stadhuis moest weer een publieke functie krijgen, toegankelijker worden en geschikt zijn voor intensiever gebruik. Daar kwam de restauratie en de verduurzaming nog bij.

Geen enkele historische laag als uitgangspunt
Een van de eerste vragen waar het ontwerpteam voor stond, was hoe om te gaan met de verschillende historische lagen van het gebouw. In het stadhuis zijn grofweg vier belangrijke perioden herkenbaar: de middeleeuwse bouwtijd, de zeventiende-eeuwse verbouwing, de negentiende-eeuwse aanpassingen en de ingrijpende restauratie van de jaren vijftig door architect Van der Steur.
De keuze viel niet op één dominante periode. Juist de gelaagdheid van het gebouw werd als waardevol gezien. Waar voor toegankelijkheid of een nieuwe functie toch ingrepen nodig waren, werd soms een historische laag die in de jaren vijftig was verdwenen weer zichtbaar gemaakt.
Daardoor zijn verschillende perioden nu op verschillende plekken in het gebouw te ervaren. “Je maakt echt een tijdreis door het gebouw”, aldus Dolfsma. De nieuwe ingrepen voor onder meer toegankelijkheid, installaties en verduurzaming vormen daarbij een nieuwe laag, maar zijn bewust ondergeschikt aan het historische gebouw.
Juist de jaren vijftig kregen tijdens het project meer waardering. Uit het bouwhistorisch onderzoek bleek dat deze periode kwaliteiten bevatte die eerder minder aandacht hadden gekregen. Zo kregen zelfs bepaalde installaties uit die tijdlaag monumentwaarde en werden ze behouden.
Samenwerken als onderdeel van de restauratie
Volgens iedereen aan tafel is die intensieve samenwerking een van de belangrijkste kenmerken van het project. Opdrachtgever, architect, aannemer en adviseurs trokken vanaf een vroeg stadium gezamenlijk op. Er werd veel onderzocht, overlegd en afgewogen.
Die samenwerking was niet alleen belangrijk bij ontwerpkeuzes. Ook tijdens de uitvoering bleek het waardevol om verschillende deskundigheden bij elkaar te brengen. Witjes en zijn collega’s konden vanuit de uitvoering meedenken over materialen en details. De kennis van de vakmensen bleek regelmatig nieuwe mogelijkheden te bieden.
“We hebben geprobeerd om met elkaar te werken vanuit het idee dat we samen meer zijn dan wanneer we alleen zijn”, vertelt Goudzwaard. “Vanuit de vraag: Hoe kunnen we elkaar allemaal een beetje optillen, zodat het resultaat meer is dan de som der delen?”
Een onverwachte tegenvaller: asbest
Dat was hard nodig toen tijdens de uitvoering veel meer asbest werd aangetroffen dan vooraf was voorzien. Bij de restauratie van de jaren vijftig was de constructie van het gebouw ingrijpend aangepast en was asbest op veel verschillende manieren toegepast, onder meer als brandwering en als vul- en stelplaatmateriaal.
De ontdekkingen hadden grote gevolgen voor de planning. Toch werd ook dit probleem gezamenlijk aangepakt. De werkzaamheden werden gefaseerd uitgevoerd en de betrokken partijen overlegden wekelijks over de beste aanpak. “Wij hebben heel veel weken bespaard door deze manier van samenwerken”, aldus Witjes.
Bijzonder was dat monumentale plafonds niet simpelweg konden worden verwijderd en afgevoerd. Ze moesten zorgvuldig worden gedemonteerd, gereinigd en teruggeplaatst. Timmerlieden van Nico de Bont werden hiervoor aanvullend opgeleid om ook onder asbestcondities aan de plafonds te kunnen werken.

Verduurzamen vanuit het monument
Een van de ingewikkeldste onderdelen van het project was de verduurzaming. De vraag was niet alleen welke technische oplossingen mogelijk waren, maar vooral hoe je de techniek van deze tijd op een creatieve manier kunt inpassen in een middeleeuws gebouw, zonder de historische kwaliteiten ervan aan te tasten. DWA uit Gouda nam dit onderdeel binnen het ontwerpteam in de leiding en zocht samen met de andere betrokkenen naar oplossingen die techniek, comfort en monumentale waarden met elkaar verbinden.
Een belangrijke keuze ging over de verwarming. Een laagtemperatuursysteem is duurzamer, maar vraagt om betere isolatie van de gevel en de historische vensters. De andere optie was om de vensters volledig ongemoeid te laten en met een hoogtemperatuursysteem te blijven werken.
Uiteindelijk werd gekozen voor laagtemperatuurverwarming. De betrokkenen konden onderbouwen dat de monumentale waarde van de vensters voldoende behouden bleef. De benodigde aanpassingen werden bovendien zo onzichtbaar mogelijk gemaakt. Tijdens de uitvoering zijn met mock-ups en testen de details verder verfijnd, omdat ieder kozijn net weer anders is.
Ook bij andere onderdelen is gezocht naar duurzame oplossingen. Zo zijn in de kap en vloeropbouw onder meer houtvezel en schapenwol toegepast. De isolatie draagt niet alleen bij aan de energieprestatie, maar helpt ook om het gebouw in de zomer koeler te houden. De kennis van de aannemer over beschikbare biobased materialen en toepassingen was hierbij belangrijk.
Nieuwe eisen, oude muren
Niet alleen tijdens de uitvoering ontstonden ingewikkelde vraagstukken. Ook in de planvorming moest voortdurend worden gezocht naar een balans tussen de monumentale waarden en de eisen van een modern gebouw.
Een voorbeeld is de brandveiligheid. Het stadhuis krijgt in de toekomst een intensiever gebruik dan voorheen. Tegelijkertijd waren er in het verleden praktische ingrepen gedaan, zoals een extra vluchttrap door het gebouw. Die ingrepen pasten niet goed bij de gewenste restauratie, maar ze hadden wel een functie voor de veiligheid.
Daarover is intensief overlegd met onder meer de brandweer. Het doel was niet om veiligheid tegenover monumentenzorg te zetten, maar om beide uitgangspunten met elkaar te verenigen.
Een belangrijk houvast was daarbij het zogenoemde ‘kernconcept’, de uitgangspunten die aan het begin van het project over het gebouw waren opgesteld. Dit concept vormde de basis voor de restauratiefilosofie én voor het gebruiksontwerp.
“Dat verhaal zit in ieder stukje van het stadhuis. Dat is de drager”, zegt Goudzwaard. “Als je dat verandert, klopt de rest niet meer.”
Wat het gebouw nog vertelde
Tijdens de uitvoering kwamen ook onverwachte historische details aan het licht. Zo werd een onbekend fragment van een zeventiende-eeuwse plafondlijst gevonden. Het fragment bleek afkomstig te zijn uit een plafond van de grote ontvangstzaal, maar was incompleet. Ook de oorspronkelijke kleuren konden niet met zekerheid worden vastgesteld. Het fragment wordt evengoed wel behouden.
Het projectteam laat bovendien zelf een klein spoor achter voor toekomstige generaties. Kinderen die gebruik maakten van het leslokaal van Nico de Bont op het bouwterrein mogen hun naam schrijven op een leisteen die op het dak wordt gelegd. Die worden dan mogelijk over tientallen jaren door een volgende generatie restauratoren gevonden.
Een levende plek voor vakmanschap
Voor de betrokkenen is kennisoverdracht een belangrijk onderdeel van de restauratie. Tijdens de Open Monumentendag werd de bouwplaats opengesteld zodat bezoekers kennis konden maken met verschillende ambachten die bij het project betrokken zijn, waaronder het werk van de glazenier.
Ook binnen het project zelf is veel van elkaar geleerd. Architecten ontdekten meer over de maakbaarheid van oplossingen, terwijl de aannemer en zijn vakmensen kennis deelden over materialen en technieken. Zoals een van de betrokkenen het samenvat: wat je vooraf bedenkt, blijkt in de praktijk soms op veel meer manieren maakbaar dan je dacht.
De restauratie van het stadhuis van Gouda draait daarmee niet alleen om het herstellen van een eeuwenoud gebouw. Het gaat ook om de vraag hoe je historische waarden kunt verbinden met toegankelijkheid, verduurzaming, nieuw gebruik en hedendaags vakmanschap. Door die vragen gezamenlijk te beantwoorden, ontstaat een gebouw waarin verschillende tijden naast elkaar blijven bestaan – en waarin tegelijk ruimte is voor een nieuwe toekomst.
Huis te Manpad: restaureren met oog voor historische lagen
Hoe bepaal je bij een restauratie wat je behoudt, wat je herstelt en wat je aanpast aan de eisen van deze tijd? Bij het hoofdgebouw van buitenplaats Huis te Manpad was de keuze voor één tijdlaag als uitgangspunt geen optie. Het huis is, in samenhang met het park, door de eeuwen heen steeds veranderd. Juist...Verder lezen→
Hoe Kasteel de Haar de werelden van groen en gebouwd erfgoed samenbrengt
Een restauratie van de kademuren rond de slotgracht van Kasteel de Haar lijkt op het eerste gezicht een bouwkundige opgave. Maar de muren grenzen aan historische tuinen, waterpartijen en beplanting. Werkzaamheden raken daarmee ook het groene erfgoed. Toch worden gebouwd en groen erfgoed nog niet vanzelfsprekend integraal benaderd. Bij Kasteel de Haar is die samenhang...Verder lezen→
Restauratie Westfries Museum: een puzzel van tijdslagen
Hoe restaureer je een monument dat eigenlijk uit negen panden bestaat, eeuwen aan bouwgeschiedenis in zich draagt en tijdens de restauratie nieuwe geheimen prijsgeeft? De vernieuwing van het Westfries Museum in Hoorn is een complexe operatie. Tegelijkertijd moet het museum straks toegankelijker, duurzamer en klaar voor de toekomst zijn, zonder de historische sensatie te verliezen....Verder lezen→
Oud Herlaar: restauratie van een moederburcht
Hoe geef je een eeuwenoude plek een nieuwe toekomst, zonder haar karakter kwijt te raken? Bij de restauratie van boerderij Oud Herlaar in Sint-Michielsgestel werd die vraag niet beantwoord met een terugkeer naar het verleden, maar door zorgvuldig te luisteren naar wat de plek zelf te vertellen heeft. Die aanpak leverde een nominatie op voor...Verder lezen→
Vijf genomineerden voor de Meesterrestauratie 2027
Van een eeuwenoud stadhuis tot een vervallen langgevelboerderij: de vijf genomineerden voor de Meesterrestauratie 2027 laten zien hoe veelzijdig en vernieuwend vakmanschap in de monumentenzorg kan zijn. Welke restauratie zich Meesterrestauratie 2027 mag noemen, wordt op 12 oktober bekendgemaakt. De genomineerde projecten voor de titel Meesterrestauratie 2027 zijn (in willekeurige volgorde): 1. Stadhuis Gouda Het...Verder lezen→
Heilig Landstichting, Museumpark Orientalis sluit zich aan bij NMo
Met veel plezier verwelkomen we Museumpark Orientalis als nieuw lid van de Nationale Monumentenorganisatie.In het dorp Heilig Landstichting, vlak bij Nijmegen, ligt een bijzonder erfgoedensemble met een geschiedenis die teruggaat tot 1911. Hier ontstond de Heilig Landstichting, een initiatief van priester Arnold Suys, architect Jan Stuyt en kunstenaar Piet Gerrits. Het oorspronkelijke devotiepark groeide later...Verder lezen→
Vrijwilligers: het kloppende hart van de Rijnlandse Molenstichting
Molens zijn misschien wel het meest iconische erfgoed van Nederland. Maar zonder mensen staan ze stil. Bij de Rijnlandse Molenstichting draait alles om vrijwilligers – letterlijk. In gesprek met voorzitter Kees Wassenaar over het belang van die vrijwilligers, de uitdagingen bij het werven van nieuwe gezichten, en wat zij doen om mensen te binden.Molens draaien...Verder lezen→
Slot Loevestein sluit zich aan bij NMo!
Met grote vreugde maken we bekend dat het iconische Slot Loevestein zich heeft aangesloten bij onze vereniging. Gelegen op het punt waar Gelderland, Brabant en Zuid-Holland elkaar raken, draagt Slot Loevestein ruim 650 jaar aan Nederlandse geschiedenis met zich mee. Van middeleeuws kasteel en historische staatsgevangenis — beroemd door de spectaculaire ontsnapping van Hugo de...Verder lezen→
Jaarverslag 2025: Monumenten toekomstbestendig maken in een tijd van verandering
Hoe houd je monumenten toekomstbestendig in een tijd van klimaatverandering (met meer kans op brand of overstromingen), ruimtelijke transities, personeelstekorten en veranderende regelgeving? Dat zijn precies de vraagstukken waar de monumentensector in 2025 mee te maken kreeg. Voor ons als vereniging aanleiding om professionals, bestuurders en partners bij elkaar te brengen om ervaringen uit te...Verder lezen→
Nieuwe publicatie ‘Maak alles van waarde weerbaar’
Toen er vorige week brand uitbrak in de eeuwenoude Dormition-kathedraal in Kyiv, werd opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar erfgoed is in tijden van oorlog. Ondanks internationale afspraken die Werelderfgoed-locaties moeten beschermen, werd dit meer dan duizend jaar oude kloostercomplex onlangs zwaar beschadigd.Maar niet alleen oorlog, ook de gevolgen van klimaatverandering, cyberdreigingen en maatschappelijke veranderingen kunnen het...Verder lezen→
