Op donderdag 26 maart kwamen bouwkundigen en erfgoedprofessionals samen in de indrukwekkende Centrale Markthal in Amsterdam. Tijdens deze NMo Connect-bijeenkomst, georganiseerd in samenwerking met BOEi, stond een centrale vraag centraal: hoe maken we monumenten toekomstbestendig met gebruik van (biobased) isolatiematerialen? De middag bood een waardevolle combinatie van keuzemogelijkheden, praktijkvoorbeelden, beleidskaders en richtlijnen.
Een levend laboratorium: De Centrale Markthal
Als gastheer deelden Sietse van der Spuij en Gerard Schuurman van BOEi de uitdagingen van de locatie zelf. De Centrale Markthal, met zijn enorme oppervlakte en kenmerkende bimsbetonplaten, fungeert momenteel als een belangrijk leerproject. De lopende dakrestauratie laat zien hoe complex het is om een gebouw van deze omvang wind- en waterdicht te maken, terwijl er tegelijkertijd wordt gezocht naar manieren om duurzame energieopwekking en biobased materialen te integreren in de monumentale schil.
De basis: Monumentwaarde als vertrekpunt
Hans de Witte, specialist bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), deelde een heldere boodschap over de aanpak van verduurzaming. Hij benadrukte dat het isoleren van monumenten weliswaar noodzakelijk is, maar dat het proces altijd moet beginnen bij de basis: een grondige inventarisatie van de monumentwaarden en de huidige bouwkundige staat van het pand. Pas als dit fundament staat, kunnen isolatiemaatregelen stap voor stap en met respect voor de historie worden uitgevoerd.
De zoektocht naar het juiste materiaal: De Tasmanblokken
Anne Schakel (De Groene Grachten) nam de aanwezigen mee in de uitgebreide zoektocht naar het meest geschikte isolatiemateriaal voor restauratie van De Tasmanblokken, een monumentaal woningcomplex in Amsterdam. In dit proces zijn diverse biobased opties getoetst op criteria zoals thermische prestatie, milieu-impact, brandveiligheid en kosten. Uiteindelijk kwam houtvezel als beste oplossing uit de bus. Dit project bewees dat een wetenschappelijke materiaalselectie de sleutel is om verduurzaming op grote schaal — in dit geval 557 woningen — succesvol uit te rollen.
Richtlijnen voor verantwoorde materiaalkeuze
Ten slotte liet Felix Kusters van Stichting ERM zien dat biobased isoleren in feite een terugkeer is naar historische bouwprincipes, waarbij natuurlijke materialen de standaard waren. Om deze materialen tegenwoordig weer veilig en effectief toe te passen, heeft ERM specifieke richtlijnen en prestatiebladen ontwikkeld. Deze helpen professionals om materialen technisch verantwoord te selecteren op basis van eigenschappen zoals dampdiffusie en vochtbestendigheid, waardoor schade aan de historische constructie wordt voorkomen.
De bijeenkomst in Amsterdam maakte duidelijk dat de sector volop in beweging is al het gaat om de zoektocht en keuzes voor het best passende isolatiemateriaal bij monumenten. Door kennis over historische bouwtechnieken te combineren met moderne biobased oplossingen en strikte richtlijnen, wordt erfgoed niet alleen duurzamer, maar ook weerbaarder voor de toekomst. De keuze voor het juiste materiaal dat bijdraagt aan een toekomstbestendige toevoeging aan monumenten blijft voor een groot deel echter maatwerk.
De NMo dankt de sprekers en de actieve deelnemers voor een zeer geslaagde middag vol nieuwe inzichten.




