Op 27 november kwamen monumentenorganisaties, beleidsmakers, adviseurs en onderzoekers uit het hele land samen in Theater Rotterdam voor het symposium “Waarderen om te behouden”. Centraal stond de vraag: Waarom behouden we sommige gebouwen – en andere niet? De actuele discussie rond Post ’65-architectuur liet zien hoe urgent deze vraag is. Veel gebouwen uit deze periode verdwijnen door sloop of herontwikkeling nog voordat hun cultuurhistorische waarde goed is onderzocht.
Verrijking van het waarderingsproces
Mieke van Bers (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) presenteerde de resultaten van het net gepubliceerde onderzoek “Samenwerken aan het verrijken van het waarderingsproces en de waarderingscriteria voor jonge monumenten (1965–1990)”. Het onderzoek laat zien dat de traditionele waarderingsmethodiek tekortschiet voor Post-65-erfgoed en daarom verrijkt moet worden met samenspraak, meerstemmigheid en een integrale benadering.
De praktijktoets met 24 objecten toont dat waarderen een proces van betekenis geven is, waarbij ook emotionele, sociale en gebruikswaarden een plek moeten krijgen. Een belangrijke bevinding is dat waardering nu vaak te laat start, waardoor zorgvuldig afwegen en participatie onder druk komen te staan. Daarom pleit het onderzoek voor een vroegtijdig, breed en methodisch proces dat leidt tot betere, gedragen beslissingen over aanwijzing, omgang en behoud.
Kwetsbare positie van jong erfgoed
De belangstelling voor Post ’65-erfgoed groeit, maar tegelijk is de zorg groot omdat veel gebouwen verdwijnen voordat er überhaupt een inventarisatie of waardering heeft plaatsgevonden, zo vertelde Karel Loeff van Erfgoedvereniging Bond Heemschut. Post ’65-architectuur is nog weinig populair, staat nauwelijks op de politieke agenda en vraagt daarom veel “missiewerk” om de waarde ervan zichtbaar te maken. Gemeenteambtenaren lopen in de praktijk tegen grenzen en spanningen aan tussen ambities, mogelijkheden en twijfels over waarderingsparticipatie. Ontwikkelaars hebben in veel gevallen doorslaggevende invloed: zonder monumentale status bepalen vooral ontwikkelpotentie en financiële haalbaarheid het lot van deze gebouwen. Daarom is gezamenlijke inzet nodig om tijdig te herkennen wat waardevol is, voordat jong erfgoed onherstelbaar verdwijnt.
Woonhuizen als vergeten categorie
Mathyn Klein (Hendrick de Keyser Monumenten) wees op een opvallende lacune in het monumentenbestand: Veel Post ’65-woonhuizen worden nog nauwelijks als monument beschouwd, terwijl ze vaak representatief zijn voor belangrijke architecten, stijlen en wooncultuur en daardoor een waardevolle toevoeging vormen aan onze bouwgeschiedenis. De huidige lijst met Post ’65-monumenten is daarom beperkt, vooral omdat jonge woonhuizen – een kwetsbare categorie – zelden tijdig worden herkend en beschermd. Voorbeelden uit de collectie van Hendrick de Keyser tonen dat juist deze woningen vaak nog originele interieurs, afwerkingen en ensembles bezitten die uniek zijn voor de tweede helft van de 20e eeuw. Daarom pleit de presentatie voor een bredere, niet-leeftijdsgebonden blik op monumentale waarde en voor actieve inzet om te voorkomen dat deze gebouwen door sloop of verbouwing onherstelbaar verdwijnen.
Rotterdamse aanpak van Post ’65
Rotterdam herkent de architectuur uit 1965–1990 als een eigen erfgoedlaag en onderzoekt deze periode sinds enkele jaren systematisch om beter te bepalen welke gebouwen bescherming verdienen. Nieuwe aanwijzingen gebeuren daarbij steeds vaker thematisch — waaronder voor Post ’65 — zodat cultuurhistorische waarden vroegtijdig worden meegenomen in planvorming en ruimtelijke ontwikkelingen. Toch is de huidige inventarisatie nog onvolledig en zijn slechts enkele Post ’65-objecten daadwerkelijk beschermd, waardoor veel potentieel waardevol erfgoed nog kwetsbaar is. In het gesprek met Astrid Karbaat (Bureau Monumenten en Cultuurhistorie Rotterdam) werd duidelijk hoe complex die afwegingen zijn en hoe de gemeente zoekt naar manieren om jong erfgoed tijdig te herkennen, te waarderen en – waar nodig – te beschermen.
Een bredere erfgoedvraag
Het symposium maakte duidelijk dat de discussie over Post ’65 niet alleen draait om moderne architectuur, maar om de bredere vraag: Wat vinden we als samenleving betekenisvol genoeg om te behouden? Waarderen is geen administratief proces, maar een gezamenlijke zoektocht waarbij overheid, experts, bewoners, ontwerpers en gebruikers elkaar nodig hebben.
foto: Business Center De Unie, ook wel De Mammoet of De Hulk genoemd, uit eind jaren 70 dreigt nu gesloopt te worden.
