• Het NMO-bestuur in 2008. Zittend: Annebregt Dijkman, Aissa Zanzen en voorzitter Abderrahman Farsi (vlnr). Staand: Fatima Maliki, Ali Al-Jaberi, Mohammed Azahaf, Alosman Husejnovic, Metin Dogan en Mohamed Mahawat Khan. Afwezig: Abdelkarim Salihi

  • Programmaleider Abderrahman Farsi

  • NMO-bestuurslid Fatima Malki

  • NMO-bestuurslid Mohamed Mahawat Khan

  • NMO-bestuurslid Alosman Husejnovic

  • Voorzitter van het NMO-bestuur Aissa Zanzen

  • Relaties tussen de islamitische zendgemachtigden

NMO info

Bestuursleden NMO

Per 01-02-2008 is het NMO-bestuur als volgt samengesteld.

  • Aissa Zanzen, Voorzitter
    bestuurslid sinds 24-12-2007
  • Abdelkarim Salihi, Penningmeester
    bestuurslid sinds 01-01-2008
  • Mohamed Azimoelakhan Mahawat Khan
    bestuurslid sinds 22-12-2006
  • Ali Al-Jaberi
    bestuurslid sinds 01-02-2008
  • Alosman Husejnovic
    bestuurslid sinds 01-02-2008
  • Fatima Malki
    bestuurslid sinds 01-01-2008
  • Metin Dogan
    bestuurslid sinds februari 2008

Mohamed Mahawat Khan stelt zich voor

Ik ben geboren in Suriname en woont sinds 1977 in Nederland. Ik heb Bestuurskunde gestudeerd aan de Universiteit Twente en werk op dit moment als programmamanager sourcing en outsourcing bij KPN IT NL. Tijdens en na mijn studie ben ik als vrijwilliger constant actief geweest als bestuurslid.
Na mijn verhuizing naar het westen ben ik in Den Haag actief geweest als bestuurslid van een moskeevereniging. Vanuit die rol zat ik ook in het bestuur van de Unie van Lahore Ahmadiyya Moslim Organisaties Nederland (ULAMON).
Ik ben al een tijd bestuurslid van NMO omdat ik een moslimomroep belangrijk vind voor de Nederlandse samenleving. In Nederland hebben wij een rijke schakering moslims qua stroming en etniciteit. Ik lever graag een bijdrage aan ons motto: NMO, rijk door verscheidenheid.

Fatima Malki stelt zich voor

Mijn naam is Fatima Salihi-Malki, van geboorte Marokkaanse. Ik ben afgestudeerd als advanced nurse practitioner en deed ook de lerarenopleiding verpleegkunde. Ik werk parttime als nurse practitioner diabeteszorg in het Slotervaartziekenhuis. Ik ben nu bijna 10 jaar actief in de diabeteszorg, daarvoor deed ik de combinatie van praktijk aan bed en onderwijs. In totaal zit ik ruim 21 jaar in de gezondheidszorg
Ik geef regelmatig trainingen en scholing op het gebied van transculturele zorgverlening en diabeteszorg. Op freelance basis geef ik les op verschillende verpleegkundige opleidingen MBO/HBO en post-HBO. Heb gepubliceerd over voeding en culturele aspecten bij Marokkaanse patiënten met diabetes en over diabeteszorg voor allochtonen. Heb verschillende projecten en onderzoeken gedaan o.a. naar beweeggedrag en houding onder de Marokkaanse vrouwen. Ben verder betrokken bij diverse onderzoeken op het gebied van diverse culturen en gezondheid, zoals ramadan en medicijngebruik.
Van 2002 tot 2005 had ik een consultancy/adviesbureau opgezet, waarbij met name aandacht besteed is aan projecten en onderzoeken op het gebied van multiculturelezorg en jeugdhulpverlening. In 2006 heb ik thuiszorg Avicen in Amsterdam opgericht, waar ik nu regiodirecteur ben.
Naast mijn bestuursfunctie bij de NMO ben ik ook bestuurslid bij de Amsterdamse Sportraad te Amsterdam en ik zit in de redactie van het blad Bloedsuiker.

Alosman Husenovic stelt zich voor

Alosman Husejnović (38), (Tuzla, Bosnië-Herzegovina) is freelance journalist, wonende te Amsterdam. Hij heeft belangstelling voor media, cultuur en sport. Hobby: tennis.
Waarom NMO-bestuurder? Ten eerste vind ik dat de NMO een uniek programma in de Europese Unie is en daarom zou ik graag, als ervaren journalist, een eigen bijdrage aan het bestuur willen geven.
Ten tweede, Bosnische moslims (Bosniaks) die ik bij NMO bestuur vertegenwoordig, hoewel er meer dan 30.000 mensen in Nederland wonen, hebben nog niet genoeg gelegenheid gekregen om zich meer in Nederlandse media voor te stellen. Dat geldt helaas ook voor het programma van de NMO. Dat zal ik als bestuurslid proberen te veranderen.

Programmabeleid NMO 2005-2010

Ter Inleiding

De hierbij gepresenteerde nota Programmabeleid NMO biedt een programmatische uitwerking in hoofdlijnen voor de periode 2005 – 2010 van (1) de “Mission Statement van de Nederlandse Moslim Omroep”, (2) artikel 39F van de Mediawet, (3) de kwantitatieve en kwalitatieve doelen van de Publieke Omroep, en (4) de kwantitatieve en kwalitatieve wettelijke programmavoorschriften. Deze vier punten worden hierna kort toegelicht.

1. Mission Statement van de NMO

De drie centrale doelstellingen van deze Mission Statement luiden als volgt:

A. Eenheid en Verscheidenheid
Het zichtbaar maken van eenheid en verscheidenheid binnen de islam in Nederland beoogt de bevordering van wederzijdse erkenning en verdraagzaamheid tussen de belijders van de islam, over de grenzen heen van de uiteenlopende confessionele stromingen en etnische achtergronden die in Nederland vertegenwoordigd zijn.

B. Bijzondere Maatschappelijke Omstandigheden
De omstandigheden waarin moslims in Nederland verkeren worden onder meer gekenmerkt door maatschappelijke achterstand. De bestaande negatieve beeldvorming over de islam dreigt deze achterstand te bestendigen tot structurele achterstelling en segregatie. De NMO beschouwt het als zijn opdracht om het bestaande vijandbeeld van de islam aan te tasten en aldus bij te dragen tot integratie, gelijkberechtiging van de islamitische bevolkingsgroepen en verbetering van de betrekkingen tussen moslims en niet-moslims in de Nederlandse samenleving.

C. Specifieke Groepen
De NMO kiest ervoor om bij te dragen tot de verbetering van de maatschappelijke positie van islamitische jongeren, vrouwen en ouderen. Dit geschiedt vanuit de erkenning dat deze groepen niet alleen in de samenleving als geheel, maar ook in islamitische kringen kwetsbaar zijn en ondersteuning verdienen.

2. Artikel 39F van de Mediawet

Artikel 39F van de Mediawet is de wettelijke grondslag waarop de Nederlandse Moslim Omroep uitzendt binnen het Nederlandse publieke omroepbestel. De zendtijd is toegewezen ten behoeve van de Nederlandse moslimgemeenschap die gekenmerkt wordt door haar enorme etnische, culturele en religieuze verscheidenheid.

3. De kwantitatieve en kwalitatieve doelen van de Publieke Omroep

Deze doelen staan vermeld in het Concessiebeleidsplan Publieke Omroep 2000 - 2010. Hierin wordt onder meer gesteld dat de NMO de dialoog met de omringende samenleving dient op te zoeken. Voorts, dat mannen én vrouwen, autochtonen én allochtonen zich in de programma’s dienen te herkennen. In dit verband hecht de NMO eraan te benadrukken, dat zij in deze nota priotiteit verleent aan de dialoog en de maatschappelijke relaties tussen moslims en niet-moslims en aan de positie en rol van moslims, zowel mannen als vrouwen, binnen de Nederlandse samenleving. De nota is overigens tevens samengesteld met inachtneming van de andere in het aangehaalde Concessiebeleidsplan genoemde doelen.

4. De kwantitatieve en kwalitatieve wettelijke programmavoorschriften

Met betrekking tot de wettelijke programmavoorschriften (vergelijk Tweede Kamer, Vergaderjaar 1998-1999, 26 660, nr. 3) stelt de NMO zich onder meer als doel om de veelkleurigheid van de religieuze opvattingen in de islam zo breed en zo gebalanceerd mogelijk tot uitdrukking te brengen. Ook de kwantitatieve wettelijke programmaschriften zijn bij de samenstelling van deze nota in acht genomen.

Drie Media: Televisie, Radio & Internet

In algemene zin stelt de NMO twee opmerkingen voorop:

(1) De programmatische criteria van de NMO onderscheiden zich duidelijk van die van de andere zendgemachtigden. Op deze wijze levert de NMO een belangrijke bijdrage aan de pluriformiteit van de publieke media, zoals deze nog onlangs door de Visitatiecommissie in zijn rapport werd benadrukt.

(2) De NMO wil het sociaal-ethische debat rond de islam en de moslims in Nederland actief volgen en waar nodig naar zich toe trekken en daarmee ook zelf zaken op de maatschappelijke agenda zetten. In de programma’s wil de NMO eveneens meer aandacht besteden aan de meerwaarde van activiteiten van islamitische maatschappelijke organisaties.

De wijze waarop de NMO de voornoemde doelstellingen en uitgangspunten in de periode 2005-2010 wil verwezenlijken verschilt uiteraard naar gelang de specifieke mogelijkheden van elk van de drie ter beschikking staande media.

1. Televisie

Het medium TV bekleedt naar zijn aard een centrale positie binnen het programmabeleid van de NMO en biedt de mogelijkheid om een grote diversiteit aan programma’s gedurende langere tijd voor te bereiden. Dit geldt bijvoorbeeld voor documentaires, op geloofsbeleving gerichte programma’s (zoals koranrecitaties) en discussies in de studio. Tegelijkertijd wil de NMO de actualiteitswaarde van zijn televisieprogramma’s sterker beklemtonen. Hiermee zal een grotere nadruk komen te liggen op actualiteitsgerichte interviews en reportages.

2. Radio

In veel hogere mate dan bij de televisie het geval is, richt de radio zich op de actualiteit van alledag. Aangezien het een ‘sneller’ medium is, biedt de radio de mogelijkheden om alert en adequaat op zich voordoende ontwikkelingen in te spelen en daarvan verslag te doen. Dit heeft tot gevolg dat de islam en de daaraan verbonden spiritualiteit op de radio minder vaak dan op televisie hoofdonderwerp van aparte programma’s kunnen zijn. Veel eerder komen religieuze onderwerpen in al hun facetten aan bod op de diverse momenten waarop ze zich binnen de actualiteit en de maatschappelijke ontwikkelingen aandienen. Ook worden imams en andere deskundigen regelmatig uitgenodigd om commentaar te geven op kwesties waar de moslims in Nederland mee te maken hebben.

3. Internet

Dit medium is voor de NMO bij uitstek geschikt voor de verwezenlijking van twee doelstellingen: enerzijds kan de NMO met behulp hiervan een betrouwbaar referentiekader scheppen over de islam en de moslims in Nederland. Dit referentiekader kan op den duur een belangrijke rol spelen bij de verbetering van de kwaliteit van de informatieverschaffing over de islam en moslims. Anderzijds biedt internet aan de NMO de mogelijkheid van een rechtstreekse wisselwerking met zijn achterban. Bij de verdere ontwikkeling van de mogelijkheden van internet staat de organisatie van de NMO voor een proces waarvoor een gedetailleerdere planning over meerdere jaren noodzakelijk is. De NMO zal in 2005 in een afzonderlijke beleidsnota hierop nader ingaan.

I – Televisie

Uitgaande van de “Mission Statement” onderscheidt NMO-TV 7 “speerpunten” die hierna afzonderlijk aan de orde komen. Bij elk speerpunt wordt bij benadering het percentage van de daarvoor gereserveerde zendtijd aangegeven. Daarna wordt het programmatisch nader toegelicht. Uit deze toelichting is een onderscheid af te leiden tussen thematisch gerichte programma’s enerzijds en doelgroepgerichte programma’s anderzijds.

Onder de eerste groep vallen de volgende programma’s:
a. programma's over het geloof en de ceremoniën van de islam;
b. programma’s over de achtergronden bij de actualiteit;
c. programma’s over de culturele en religieuze diversiteit van moslims in Nederland.

Onder de tweede groep vallen de volgende programma's:
d. programma’s over jongeren;
e. programma’s over vrouwen;
f. programma’s over ouderen;
g. programma’s over de betrekkingen tussen moslims en niet-moslims.

Binnen de thematisch gerichte programma’s zal ongeveer een verdeling van 20, 30 en 20 procent worden gerealiseerd voor respectievelijk de programma’s a, b en c. Binnen de doelgroepgerichte programma’s zal deze verhouding ongeveer 10, 10, 5 en 5 procent zijn voor respectievelijk de programma’s d, e, f en g.

NMO-TV maakt hiermee inhoudelijk en kwantitatief een duidelijke keuze voor de achtergronden bij de actualiteit (30%), het geloof en de ceremoniën van de islam, mede in relatie tot de Nederlandse samenleving (20%), en de diversiteit binnen de moslimgemeenschap (20%).

Bij de onderstaande programmatische toelichting dient de volgende opmerking te worden gemaakt. De afbakening in speerpunten en de toekenning van percentages fungeren in wezen als uitgangspunten. De ervaring leert dat er in de praktijk een overlapping van verschillende speerpunten regelmatig voorkomt.

Speerpunt 1: Programma's over het geloof en de ceremoniën van de islam, mede in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 20% van de programmering).

Hieronder vallen de volgende soorten programma’s:

Momenten van bezinning en spiritualiteit

In dit kader kan worden genoemd het programma De heilige koran. Het gaat hier om een programma waarin de koran wordt gereciteerd. De gereciteerde Arabische tekst wordt simultaan ondertiteld in het Nederlands en in het Turks. Dit programma is in eerste instantie bedoeld voor de moslim op wie de recitatie een spiritueel transformatorisch effect pleegt te hebben. Voor de visualisatie wordt gebruik gemaakt van exclusief voor de NMO geproduceerde aquarellen gebaseerd op de Maghribi kalligrafie. De recitatie wordt verzorgd door de Egyptische koranrecitator Abdel Baset Abdel Samad. In verband met bezinning en spiritualiteit kan ook de programmareeks De schone namen van Allah worden genoemd. Dit programma wordt gemaakt rond de 99 verschillende namen waarmee God in de koran wordt aangeduid. In deze programma's worden de namen vanuit een theologisch standpunt toegelicht. Elke aflevering hiervan vormt op zichzelf een smeekbede die gegoten is in de vorm van religieuze poëzie. Qua visualisatie wordt gebruik gemaakt van de meest recente vormen van driedimensionale computeranimatie.

Hoogtijdagen en moskeediensten

De NMO zal de programma’s aanbieden rond de volgende gedenk- en feestdagen:

  • het islamitische nieuwjaar Muharram;
  • de herdenking van de slag bij Kerbala Ashura;
  • de geboorte van de profeet Mohammed Milad an Nabi;
  • de hemelreis van de profeet Mohammed Lailat al Meraj;
  • de islamitische vastenmaand Ramadan;
  • het einde van de vastenmaand Id al Fitr;
  • de grote bedevaart naar Mekka Hajj;
  • het offerfeest Id al Adha.

Aan de hoogtijdagen en vieringen zal jaarlijks aandacht worden besteed. De benadering van de verschillende hoogtijdagen en vieringen zal plaatsvinden met inachtneming van de religieuze diversiteit van de moslimgemeenschap. Op deze manier wil de NMO waarborgen dat onder andere Soennitische, Sji’itische, Alevitische en Ahmadiyya moslims zich in de programma’s kunnen herkennen. Tevens zal, naar aanleiding van bijzondere maatschappelijke gebeurtenissen, ruimte worden geboden aan een vrijdagpreek in een van de moskeeën in Nederland.

Kinderprogramma's

De NMO is sinds enkele jaren bezig met het realiseren van programma's voor kinderen in de leeftijdsgroep van 6 tot 12 jaar. In dit kader zijn twee series vertellingen geproduceerd van het programma Zo ging dat! Het betreft hier vertellingen rond de profeten van de islam. De NMO heeft de vertellingen uitgezonden via Zappelin, het platform voor kinderen van de Publieke Omroep. De NMO zal de productie van kinderprogramma’s voortzetten.

Speerpunt 2: Programma's over de culturele en religieuze diversiteit binnen de moslimgemeenschap in Nederland (ca. 20% van de programmering)

Religieuze meningsvorming over maatschappelijke vraagstukken
Moslims in Nederland willen de islam trouw blijven. Ze willen niet in de knel komen met hun (religieuze) geweten en met hun islamitische en niet-islamitische omgeving. Zij zoeken naar religieus onderbouwde antwoorden op vragen die samenhangen met hun leven als moslims in de Nederlandse maatschappij. In dit kader wil de NMO programma’s aanbieden, waarin een belangrijke rol is weggelegd voor schriftgeleerden. Als “erfgenamen van de Profeet” zijn de schriftgeleerden bij uitstek de dragers van de islamitische cultuur. Het is onder meer hun taak om op basis van de godsdienstige bronnen antwoorden te zoeken op vraagstukken die steeds weer door nieuwe maatschappelijke, culturele en politieke ontwikkelingen worden opgeworpen. In deze programma’s zal uitdrukkelijk recht worden gedaan aan de diversiteit van opvattingen die door de schriftgeleerden van de islam in dit kader worden ontwikkeld. Op die wijze wil de NMO bijdragen aan een gefundeerde en zelfstandige meningsvorming van moslims in Nederland. Het gaat hier om vraagstukken van zeer uiteenlopende aard: de toepassing van voedsel- en kledingvoorschriften, religieus onderwijs, de relaties tussen ouders en kinderen, gezin en huwelijk, deelname aan de Nederlandse politiek, enzovoort.

Documentaires

Het genre van de documentaire is eveneens zeer geschikt om de cultureel-etnische en religieuze diversiteit binnen de moslimgemenschap in Nederland zichtbaar te maken. In dit kader wil de NMO documentaires aanbieden die enerzijds ingaan op etnische diversiteit en anderzijds op de veelheid aan interpretaties in de islam binnen de kringen van Soennieten, Sji’ieten, Alevieten en Ahmadiyya’s. Met behulp van het instrument van de documentaire kunnen deze etnische en religieuze verschillen uitstekend vanuit een historisch perspectief worden belicht en worden aangegeven hoe ze tot op heden, ook in Nederland, doorwerken.

Speerpunt 3: Programma's over de achtergronden bij de actualiteit rond de islam en moslims (ca. 30% van de programmering)

InFocus

De NMO vult dit speerpunt in met het programma InFocus. In dit magazine worden de achtergronden bij de actualiteit rond de islam en moslims in Nederland behandeld. Gebeurtenissen in de Nederlandse samenleving laten telkens weer zien dat de NMO een opdracht heeft te vervullen met betrekking tot de achtergronden bij de actualiteit. De NMO dient een tegenwicht te bieden voor stigmatiserende tendensen in de beeldvorming rond de islam en moslims. De negatieve beeldvorming leidt structureel tot maatschappelijke misstanden, achterstelling en segregatie. Door het programma InFocus wekelijks aan te bieden, wil de NMO uitvoering geven aan haar in de Mission Statement vermelde taak om het negatieve beeld van de islam aan te tasten. Met het programma InFocus wil de NMO op een dynamische manier een vinger aan de pols houden van relevante ontwikkelingen in de samenleving. De NMO neemt hierdoor actief deel aan het maatschappelijke debat aangaande de islam en moslims in Nederland. Op journalistieke en kritische wijze wil de NMO op deze manier de discussie bevorderen en oplossingen aandragen.

Speerpunt 4: Programma's over de dialoog tussen moslims en niet-moslims (ca. 5% van de programmering)

De NMO heeft twee genres geselecteerd om invulling te geven aan dit speerpunt. Ten eerste zal gebruik worden gemaakt van het genre van het discussieprogramma. Moslims en niet-moslims zullen worden uitgenodigd om te discussiëren over de verbetering van de betrekkingen tussen moslims en niet-moslims in Nederland. Ten tweede wil de NMO gebruik maken van drama. NMO-TV anticipeert hiermee op een zendtijduitbreiding per 1 september 2005. Hiertoe is al een aanzet gegeven via de productie van een 8-delige serie met als voorlopige titel “Twee families”. Drama boeit de kijker en zowel de visitatiecommissie, de politiek als de Publieke Omroep hebben de behoefte aan drama op de Nederlandse televisie benadrukt. Wanneer we kijken naar het speerpunt over de dialoog tussen moslims en niet-moslims, dan is drama mede het aangewezen genre om de wederzijdse betrekkingen bespreekbaar te maken.

Speerpunt 5: Programma's over islamitische jongeren, hun religieuze beleving en hun maatschappelijke positie in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 10% van de programmering)

Om invulling te geven aan dit speerpunt zal de NMO haar discussieprogramma’s voor en door jongeren continueren. Een voorbeeld hiervan is het programma Meetingpoint. Het gaat hier om een discussieprogramma over verschillende vraagstukken die jongeren bezighouden. De onderwerpen zijn concreet en staan dicht bij de belevingswereld van de jongeren. De NMO wil ook door middel van portretten mede invulling geven aan dit speerpunt. Portretten vormen het aangewezen genre om uitgebreid stil te staan bij wat mensen beweegt, inspireert en motiveert tot een bepaalde manier van handelen. Door middel van deze portretten houdt de NMO de kijker als het ware een spiegel voor: er worden personen getoond die een bepaalde ontwikkeling hebben doorgemaakt. De geportretteerden spreken over hun persoonlijke drijfveren van islamitisch levensbeschouwelijke aard. Deze portretten worden hierdoor op zichzelf staande handreikingen voor de jongere kijkers bij de bepaling van hun eigen keuze van de manier waarop zij de islam als geloof en levensbeschouwing in de praktijk willen brengen, binnen de context waarin zij leven.

Speerpunt 6: Programma’s over islamitische vrouwen, hun religieuze beleving en hun maatschappelijke positie in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 10% van de programmering)

Net als bij speerpunt 5, zal de NMO invulling geven aan dit speerpunt door gebruik te maken van discussieprogramma’s en portretten. Het idee is hierbij om de ontwikkelingen binnen de positie van islamitische vrouwen in de Nederlandse samenleving ten toon te spreiden. Ook is het de bedoeling om de heersende opvattingen over islamitische vrouwen kritisch te benaderen. Het genre van de documentaire leent zich ook voor de invulling van dit speerpunt. Hierbij kan worden gedacht aan documentaires over de rol die islamitische vrouwen in Nederland en elders in de wereld spelen om het proces van positieverbetering te bewerkstelligen.

Speerpunt 7: Programma's over oudere moslims, hun religieuze beleving en hun maatschappelijke positie in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 5% van de programmering)

De NMO is van mening dat het genre van de documentaire de geëigende manier is om invulling te geven aan dit speerpunt. Hierbij gaat het erom de ontwikkelingen binnen de positie van islamitische ouderen in Nederland inzichtelijk te maken. De documentaires zullen ook kritisch kijken naar instellingen die zich verantwoordelijk achten voor de zorg van ouderen. Ten slotte dienen de documentaires oudere moslims te informeren en te activeren bij het vinden van wegen naar positieverbetering binnen de Nederlandse samenleving.

II – Radio

NMO-Radio hanteert in wezen dezelfde speerpunten als NMO-TV. Gezien de aard van het medium radio en uitgaande van de “Mission Statement”, plaatst NMO-Radio echter andere accenten. Net als bij de televisie wordt hieronder bij benadering het percentage van de gereserveerde radiozendtijd per speerpunt aangegeven. Daarna wordt het speerpunt programmatisch nader toegelicht.

Speerpunt 1: Programma’s over het geloof en de ceremoniën van de islam, mede in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 5% van de programmering)

Speerpunt 2: Programma’s over de culturele en religieuze diversiteit binnen de moslimgemeenschap in Nederland (ca. 20 % van de programmering)

Speerpunt 3: Programma’s over de achtergronden bij de actualiteit rond de islam en moslims (ca. 30% procent van de programmering)

Speerpunt 4: Programma’s over de dialoog tussen moslims en niet-moslims (ca. 5% van de programmering)

Speerpunt 5: Programma’s over islamitische jongeren, hun religieuze beleving en hun maatschappelijke positie in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 30% van de programmering)

Speerpunt 6: Programma’s over islamitische vrouwen, hun religieuze beleving en hun maatschappelijke positie in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 5% van de programmering)

Speerpunt 7: Programma’s over oudere moslims, hun religieuze beleving en hun maatschappelijke positie in relatie tot de Nederlandse samenleving (ca. 5% van de programmering)

Bij de onderstaande programmatische toelichting dient de volgende opmerking te worden gemaakt. Net als bij televisie geldt, dat de afbakening in speerpunten en de toekenning van percentages in wezen als uitgangspunten fungeren. De ervaring leert dat er in de praktijk een overlapping van verschillende speerpunten regelmatig voorkomt.

De NMO wil de speerpunten 1, 2 en 4 (religie, diversiteit en dialoog) voornamelijk terug laten komen in het programma Verkenningen. Het gaat hier om een reportageprogramma dat de veelvormige wereld van de islam verkent. Het woord veelvormig kan in dit verband als synoniem voor diversiteit worden beschouwd. In het programma Verkenningen krijgen dogma, doctrine en islamitische concepten ruime aandacht. Islamitische hoogtijdagen hebben in dit programma een vaste plaats. De toon van het programma is informatief van aard, waardoor het voor zowel moslims als niet-moslims toegankelijk is. Op basis van de speerpunten 1, 2 en 4 kan worden gesteld dat Verkenningen ca. 30 procent van de programmering omvat.

De NMO wil speerpunt 3 (achtergronden bij de actualiteit rond de islam en moslims) voornamelijk terug laten komen in het programma Studio NMO. Dit programma benadert de islam en moslims vanuit een sociaal, maatschappelijk en politiek perspectief. Studio NMO blijft het publieke debat in Nederland volgen zonder zich erdoor te laten meevoeren. Het programma is opiniërend van karakter en bestaat uit debatten, reportages en interviews. In de onderwerpkeuze zijn urgentie en actualiteit doorslaggevend. Studio NMO behelst ca. 30 procent van de programmering.

De NMO wil speerpunt 5 (jongeren) voornamelijk terug laten komen in het programma Wat Nou?! Met dit programma wil de NMO islamitische jongeren een podium bieden om zich te profileren, de dialoog tussen islamitische jongeren en niet-islamitische jongeren bevorderen, en informatie verschaffen over de islam, de islamitische cultuur en traditie. Het programma Wat Nou?! voorziet in ca. 30 procent van de programmering.

Speerpunten 6 en 7 (vrouwen en ouderen) omvatten samen ca. 10 procent van de programmering. Islamitische vrouwen vormen een groep die zeer frequent in de media figureert, maar waarover veel vooroordelen de ronde doen. Ook oudere moslims in Nederland vormen een speciale maatschappelijke groep, die vanwege de unieke positie waarin ze verkeert journalistieke aandacht verdient. Aan beide groeperingen zal aandacht worden besteed in de programma’s Verkenningen en Studio NMO.

Het Commissariaat van de Media heeft aangegeven, dat ook NMO-Radio per 1 september 2005 in aanmerking komt voor zendtijduitbreiding. Vanaf dat moment wil de NMO, naast Verkenningen, Studio NMO en Wat Nou?! een vierde programma aanbieden. Het nieuwe programma zal wekelijks een maatschappelijke kwestie, belicht vanuit een islamitische invalshoek, aan de orde stellen. Het onderwerp zal in ieder geval direct gerelateerd zijn aan de actualiteit, en in zijn opzet een brug slaan naar opvattingen die in niet-islamitische kring leven. Hierbij kunnen kortere documentaires een aanjagende functie vervullen om een levendige en verhelderende studiodiscussie op gang te brengen. De NMO wil dit programma aanbieden via Radio 1.

III – Internet

De NMO is op het internet bereikbaar via www.nmo.nl. Verder kan de internetgebruiker ook op de NMO-site komen via het platform "portal.omroep.nl". Deze portal van de Publieke Omroep is voorzien van een levensbeschouwelijke vertical. Deze themagerichte website is bedoeld als "marktplein" voor alle religies en levensbeschouwingen die Nederland rijk is. Als 39f omroep weerspiegelt de NMO de islamitische levensbeschouwelijke dimensie van de Nederlandse samenleving binnen het internetplatform. De NMO draagt hieraan bij met inachtneming van de etnische, culturele en religieuze diversiteit binnen de Nederlandse moslimgemeenschap. Bij de formulering van het contentbeleid voor internet over de periode 2005 - 2010, gelden de uitgangspunten vermeld in de Mission Statement van de NMO als leidraad.

De NMO verbindt aan haar internetactiviteiten zowel een informatieve als een activerende functie. In beide functies werkt het internet aanvullend op de activiteiten die radio en televisie ontplooien. Op deze manier werkt het speerpuntenbeleid van de televisie door in de internetactiviteiten van de NMO. Naast het aanbieden van de programmagegevens en het online aanbieden van radio en televisie-uitzendingen kan het internet echter meer voor de NMO betekenen. Voor de periode 2005 – 2010 ligt het in de bedoeling om de internetactiviteiten te laten uitgroeien tot een zelfstandige tak binnen het NMO-bedrijf. De fundamenten voor deze groei zijn al gelegd in de bestaande website die gebaseerd is op een “content management systeem”. Voor de productie van content wil de NMO investeren in structuur, menskracht, kennis en faciliteiten.

Content

Ten dienste van het speerpunt islam en de islamitische levensbeschouwing wil de NMO het volgende realiseren:

a. De tekst van de koran wil de NMO integraal aanbieden. Hierbij gaat het om de Arabische gereciteerde tekst, samen met een vertaling in het Nederlands.
b. De overleveringen van de profeet Mohammed wil de NMO integraal in het Nederlands aanbieden.
c. De hoogtijdagen en vieringen binnen de islam wil de NMO uitgebreid toelichten, waarbij met name wordt ingegaan op hoe de verschillende moslimgemeenschappen in Nederland hiermee omgaan. Ten behoeve van moslims wordt tevens nuttige informatie verschaft, bijvoorbeeld over de beschikbare faciliteiten voor het offerfeest en de pelgrimstocht naar Mekka.
d. De NMO wil de kijker en de luisteraar via de site interactief kunnen voorzien van handreikingen over vraagstukken die moslims in de Nederlandse context bezighouden. In dit kader wordt gedacht aan het installeren van een zogenaamde “cyber-imam”.

Ten dienste van het speerpunt culturele en religieuze diversiteit binnen de islamitische gemeenschap heeft de NMO de volgende voornemens. Enerzijds wil de NMO aparte informatieve en interactieve websites ontwikkelen voor de verschillende etnische en culturele groeperingen waaruit deze gemeenschap bestaat. Anderzijds wil de NMO aparte informatieve en interactieve websites ontwikkelen waarin de verschillende stromingen en wetscholen in de islam aan bod komen. Voor wat betreft de stromingen denkt de NMO aan de Soennieten, de Sji’ieten, de Alevieten en de Ahmadiyya’s. Bij de wetscholen denkt de NMO aan de uiteenlopende Soennitische en Shi’itische wetscholen. Bij de ontwikkeling van de sites over stromingen en wetscholen zal altijd de verbinding worden gelegd met de leefwereld van moslims in Nederland.

Met betrekking tot het speerpunt achtergronden bij de actualiteit geldt het volgende. Doordat de NMO op radio en televisie maar een beperkte zendtijd heeft, kan ze moeilijk inspringen op de dagelijkse actualiteit. Het internet biedt hiervoor enige uitkomst. De NMO wil een nieuwssite ontwikkelen waarin de laatste berichtgevingen rond de islam en moslims te lezen zijn. De nieuwssite zal worden voorzien van interactieve mogelijkheden en discussiegroepen. Op deze manier zal de site ook opiniërend van aard zijn.

Aansluitend op de speerpunten wil de NMO ook content ontwikkelen over de dialoog tussen moslims en niet-moslims, jongeren, vrouwen en ouderen. In dit kader wil de NMO aparte doelgroepgerichte sites ontwikkelen. Het doel van deze sites is vastgelegd in de Mission Statement van de NMO, namelijk: een bijdrage leveren aan de verbetering van de betrekkingen tussen moslims en niet-moslims en de maatschappelijke positie van islamitische jongeren, vrouwen en ouderen.


UITZENDING GEMIST

REAGEREN

We horen graag wat u vindt van onze programma's op radio, televisie en internet.